Gordijnen kiezen: dit is de juiste lengte, plooi en stof

Gordijnen kiezen lijkt op het eerste gezicht een kwestie van een mooie stof uitzoeken, maar de maat en de plooi maken net zo veel verschil. Een gordijn dat net te kort is of te weinig stof heeft, oogt al snel als een goedkope oplossing, ook als de stof zelf prachtig is. In dit artikel leg ik uit welke lengte, breedte en plooi ik aanhoud en hoeveel centimeter daarbij komt kijken. Ook leg ik uit welke stof ik kies, afhankelijk van de ruimte.
Ga direct naar:
Waarom de juiste maat gordijn zoveel verschil maakt
Voordat ik inga op de concrete maten, sta ik liever eerst stil bij wat een goed gehangen gordijn in een ruimte doet. Een gordijn is meer dan raambekleding. Een paar van die functies hangen rechtstreeks samen met de maat en de plooi die je kiest.
Een gordijn maakt een laag plafond hoger
Hang je een gordijn hoog boven het raam en laat je het tot de vloer doorlopen, dan trekt dat de blik omhoog en oogt een ruimte meteen hoger dan hij is. Hang je het gordijn juist strak op de bovenkant van het raamkozijn, dan benadruk je precies het tegenovergestelde.
Een gordijn reguleert licht en warmte
Een goed gekozen gordijn houdt in de zomer warmte en felle zon buiten en in de winter warmte binnen. Bij een raam op het noorden wil ik juist zo veel mogelijk licht doorlaten, bij een raam op het zuiden denk ik eerder aan een stof die wat tempert.
Een gordijn dempt geluid, net als een vloerkleed
Net als bij een vloerkleed absorbeert een dikker, voller gordijn geluid dat anders van het raam terugkaatst. In een ruimte met veel glas en weinig textiel maakt een zwaarder gordijn daardoor een merkbaar verschil in de akoestiek.
Een gordijn is relatief makkelijk te vervangen
Verandert je smaak of je kleurpalet, dan vervang je gordijnen een stuk eenvoudiger dan een vloer of een ingebouwde kast. Juist daarom is het de moeite waard om de maat en de plooi wel meteen goed te kiezen, zodat je niet na een paar maanden alsnog opnieuw moet beginnen.
Al deze functies werken alleen als de lengte, de breedte en de plooi kloppen. Vandaar dat ik in dit artikel zo veel aandacht geef aan de juiste maatvoering.
Voorkom dure fouten tijdens je verbouwing
Ga je aan de slag met een nieuw interieur? Dan is dit dé gids die je helpt met het maken van de juiste keuzes op de juiste momenten. Zo voorkom je een hele hoop kosten en gedoe.
Download de gids hieronder en ontvang 'm direct in je mailbox.

Waar ik de rail of roede monteer
De plek van de rail bepaalt voor een groot deel hoe een gordijn er straks bij hangt, nog voordat er één gordijn aan de haken zit.
- Monteer de rail minstens 10 tot 15 centimeter boven de bovenkant van het raamkozijn. In een hoge kamer mag dat nog iets hoger, dat versterkt het effect van een hoger plafond. Het allerbeste is het gordijn van plafond tot vloer te laten lopen, dit geeft het mooiste effect.
- Kies een rail die ongeveer 20 centimeter breder is dan het raam, aan beide kanten. Zo hangt het gordijn bij het openen niet voor het glas en voorkom je een lichtkier aan de zijkant zodra het gordijn dicht is.
- Houd bij de vensterbank minstens 8 centimeter vrije ruimte aan, zodat het gordijn vrij kan hangen in plaats van ertegenaan te schuren. Bij een diepere plooi reken ik liever met iets meer ruimte dan met te weinig.
- Hang je een dubbele rail, voor bijvoorbeeld een vitrage met een overgordijn, dan reken ik met 7 centimeter ruimte tot de muur voor de eerste rail en 5 centimeter extra voor de tweede.
Welke lengte je kiest is afhankelijk van het effect
Bij de lengte van een gordijn maak ik eigenlijk altijd een bewuste keuze uit drie opties, afhankelijk van de stof en de uitstraling die ik wil.
- Zwevend boven de vloer: het gordijn eindigt 1 tot 2 centimeter boven de grond. Dit is de meest praktische keuze, het gordijn blijft schoon en opent en sluit soepel zonder te blijven haken.
- Net rakend aan de vloer: het gordijn komt vrijwel exact tot de grond, zonder erover te vallen. Dit oogt net iets strakker dan de zwevende variant en werkt goed bij een rechte, moderne plooi.
- Plooivallend op de vloer: ik tel 3 tot 5 centimeter extra op bij de lengte, zodat het gordijn in een zachte plooi op de grond valt. Dit werkt het mooist bij een soepel vallende, natuurlijke stof zoals linnen en geeft een ruimte meteen een wat rijkere uitstraling.
Een gordijn dat halverwege het raam of de vensterbank stopt, kies ik zelf bijna nooit. Dat oogt al snel als een praktische noodoplossing in plaats van een bewuste keuze, tenzij er een verwarming of een vast meubelstuk precies op die plek in de weg staat.
Welke plooi past bij jouw gordijn
Het type plooi bepaalt hoeveel stof je nodig hebt en hoe vol of hoe strak het gordijn uiteindelijk valt.
Enkele plooi
Dit is de meest gebruikte plooi voor zwaardere, gevoerde gordijnen. De stof wordt één keer gevouwen en die vouw wordt vastgestikt. Ik reken hier met 1,5 tot 2 keer de railbreedte aan stof. Deze plooi werkt het best tot een plafondhoogte van ongeveer 2 meter, bij een hogere ruimte kies ik liever voor meer volume.
Dubbele plooi
De dubbele plooi, ook wel vlinderplooi genoemd, is in Nederland de meest voorkomende keuze en past bij vrijwel elke stof. Hier reken ik met 2 tot 2,5 keer de railbreedte aan stof. Deze plooi geeft een voller resultaat dan de enkele plooi, zonder dat het gordijn overdreven zwaar oogt.
Triple plooi
De triple plooi bestaat uit drie vouwen en heeft met ongeveer 2,6 keer de railbreedte het meeste stofvolume van de vaste plooien. Deze plooi werkt het mooist bij soepele, transparante stoffen zoals vitrage en bij hoge, statige ruimtes, waar het extra volume goed tot zijn recht komt.
Golfplooi of wavegordijnen
De golfplooi hangt net onder de rail en vormt met koorden op 6 tot 8 centimeter afstand een gelijkmatige, doorlopende golf. Deze plooi geeft een strakkere, moderne uitstraling dan de andere plooitypes en werkt goed bij zowel lichte stoffen als dikker gevoerde gordijnen.

Hoeveel stof je nodig hebt: een rekenvoorbeeld
Bij een rail van 300 centimeter breed reken ik met de volgende hoeveelheden stof, afhankelijk van de plooi.
- Enkele plooi: 450 tot 600 centimeter stof.
- Dubbele plooi: 600 tot 750 centimeter stof.
- Triple plooi: ongeveer 780 centimeter stof.
Reken bij het bestellen altijd liever iets ruimer dan te krap. Te weinig stof valt niet meer bij te kopen uit dezelfde partij, te veel stof kan je altijd nog laten verwerken in bijvoorbeeld een kussen. Het beste is om een stoffeerder te laten inmeten, dan weet je zeker dat het goed gaat. Vraag naar de mogelijkheden bij de winkel waar je je gordijn koopt.
Welke stof kies je?
De plek waar een gordijn hangt bepaalt net zo veel als de maat zelf.
Woonkamer
In de woonkamer kies ik het liefst voor een stof die zowel oogt als isoleert, zoals een dichtgeweven linnen of een gevoerde katoenmix. Hangt de woonkamer aan een drukke straat, dan voeg ik een lichtdichte voering toe, zonder dat dit aan de buitenkant te zien is. Let wel op dat natuurlijke gordijnen wat verkleuren door de zon. Wil je geen verkleuring? Dan kun je beter voor een polyamide variant gaan, deze zijn wat kleurvaster.
Slaapkamer
Hier kies ik vrijwel altijd voor een verduisterende stof of voering, dat maakt het verschil voor een goede nachtrust. Een zwaardere stof zoals fluweel werkt hier dubbel goed, de stof isoleert en geeft de kamer meteen een intiemere uitstraling.
Keuken
In de keuken kies ik een lichtere, wasbare stof, zoals een dunnere linnen stof of een katoenmix. Een stof die snel vlekken of vocht opneemt, zoals fluweel of wol, is hier minder geschikt. Vaak heb je in keukens kortere ramen, dus hier kun je ook voor andere raamoplossingen gaan, zoals een rolgordijn, een vouwgordijn of plissé.
Thuiskantoor of werkkamer
Een werkkamer vraagt om licht dat je kunt temperen zonder de ruimte volledig te verduisteren. Een lichte linnen stof of een vitrage onder een iets zwaarder overgordijn werkt hier goed, zo kun je zelf bepalen hoeveel licht er binnenkomt tijdens een videogesprek of achter het scherm.
Badkamer
In een badkamer met veel vocht raad ik zelf liever lamellen of een jaloezie aan dan een stoffen gordijn, textiel heeft het daar al snel moeilijk met schimmel en vocht. Is een gordijn toch gewenst, dan kies ik een synthetische stof die vocht beter verdraagt dan een natuurlijk materiaal.
Waar ik verder op let
Lichtinval en de richting van de ruimte
Een raam op het noorden vraagt om een andere stofkeuze dan een raam op het zuiden. Bij weinig daglicht kies ik een lichtere, transparantere stof, zodat de ruimte niet nog donkerder aanvoelt. Bij veel directe zon kies ik juist een stof die beter bestand is tegen verkleuring, of ik voeg een voering toe die de stof daartegen beschermt.
Voering voor isolatie en verduistering
Een voering doet meer dan alleen verduisteren. Ze beschermt de buitenstof ook tegen zonlicht en geeft het gordijn meer gewicht, waardoor het mooier valt. Ik kies een voering bijna altijd mee, ook bij een stof die op zichzelf al dik genoeg oogt.
De hoogte van je plafond bepaalt de plooi
In een ruimte met een standaard plafondhoogte van rond de 2,4 tot 2,6 meter werkt een enkele of dubbele plooi prima. Heb je een hogere, statige ruimte, dan kies ik liever een triple plooi of golfplooi, die laat het extra volume beter tot zijn recht komen dan een plooi die voor een lagere ruimte is bedoeld.
Mijn advies voor jouw gordijnen
Gordijnen zijn, net als een vloerkleed, een van de snelste manieren om een ruimte meteen warmer en afgewerkter te laten aanvoelen, mits de lengte, de breedte en de plooi kloppen. Twijfel je over de juiste maat of stof voor jouw ramen, dan denk ik daar graag over mee. Dat kan via Essence, mijn adviesgesprek van twee uur bij jou thuis, waarbij ik de ramen en het licht meteen in de echte ruimte kan beoordelen. Werk je aan een groter traject, dan neem ik dit soort keuzes vanzelfsprekend mee binnen Signature, het volledige interieurontwerp.





